Keynote

Kwetsbaar of de koning te rijk, Nederlanders en hun geld.

Historicus Oscar Gelderblom dook in de geschiedenis van de kasboekjes. Waarom worden die nu eigenlijk nog maar zo weinig gebruikt?

Een nationale inzamelingsactie van een paar jaar geleden leverde Oscar Gelderblom, hoogleraar Financiële Geschiedenis, en zijn collega’s 400 kasboekjes op. "Kasboekjes zijn een heel belangrijke historische bron, omdat ze veel zeggen over hoe mensen dingen eigenlijk deden."

Eind negentiende eeuw, begin twintigste eeuw werden de kasboekjes vooral bijgehouden door kleine ondernemers en rijke dames. "Die mensen deden dat omdat het een burgerschapsideaal was." Later ging ook de middenklasse een kasboekje bijhouden. Wie arm was, hield geen kasboekje bij. "Wij werklieden houden geen kasboek; wij regelen onze uitgaven naar onze inkomsten", zei iemand daar toen over.

Lenen wordt het nieuwe sparen

Drie ontwikkelingen zorgden ervoor dat er minder vaak een kasboekje werd bijgehouden. De lonen werden niet meer contant uitgekeerd, maar gingen via de bank en de giro, de verzorgingsstaat die bijna alle risico’s afdekte en lenen kwam in zwang. "Lenen werd het nieuwe sparen", zegt Gelderblom. "Er ontstond een heel nieuw financieel systeem. Het werd voor steeds meer mensen mogelijk om een hypotheek af te sluiten."

Het Nibud werd in 1979 opgericht. Een logisch moment, vindt Gelderblom. "Toen zagen we dat al die leningen leidden tot overkreditering, er was een woningcrisis, een oliecrisis en massale werkeloosheid."

Gelderblom stelt aan het einde van zijn verhaal nog een paar vragen, vragen die het publiek mee naar huis mag nemen. Wat kunnen huishoudens zelf doen om grip op hun geld te houden? Toen mensen nog kasboekjes bijhielden hadden ze een netwerk om zich heen waarop ze konden terugvallen bij financiële problemen. Dat lijkt er nu minder te zijn. Hoe gaan we daarmee om? En wat gebeurt er als de verzorgingsstaat versobert?

Mirjam Streefkerk
Voeg toe aan selectie